Huiselijk geweld en kindermishandeling

Bij BeaBoog willen we mensen een veilige plek bieden om te zijn. Helaas zijn er in onze samenleving mensen, wie met huiselijk geweld en/of mishandeling in aanraking komen. Iedereen heeft een bepaalde verantwoordelijkheid hier alert op te zijn en de hulp te geven of in te schakelen binnen zijn/haar kunnen. Negeer het niet! Indien je vermoedens hebt dat er sprake is van geweld en/of mishandeling bij iemand, dan is deze meldcode een richtlijn hoe je hiermee om kan gaan en wat je kan doen. Er worden 5 stappen omschreven.

Stap 1, In kaart brengen van signalen:

Breng de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestiging of ontkrachten in kaart en leg deze vast. Leg ook (de uitkomsten van) de contacten over de signalen vast, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen. Ook de gegevens die de signalen weerspreken leg je vast. Beschrijf de signalen zo feitelijk mogelijk. Worden er hypothesen of veronderstellingen vastgelegd, geeft dit dan ook uitdrukkelijk aan en maak een vervolgaantekening als een hypothese of veronderstelling later wordt bevestigd of ontkracht. Leg diagnoses alleen vast als ze zijn gesteld door een bevoegde professional.

Stap 2, Collegiale consultatie:

Ben je werkzaam bij BeaBoog en heb je een vermoeden over huiselijk geweld of mishandeling, bespreek de signalen met Collega. Ben Aa is het eerste aanspreekpunt. Vraag zo nodig, op basis van anonieme cliëntgegevens, ook advies aan het Steunpunt Huiselijk Geweld, of aan een deskundige op het terrein van letselduiding.

Stap 3, Gesprek met de deelnemer:

  • Ga in gesprek met de deelnemer of de wettelijk vertegenwoordigers van de deelnemer.
  • Leg het doel van het gesprek uit -  Bespreek de signalen, dit wil zeggen, de feiten die je hebt waargenomen.
  • Nodig de cliënt uit om daarop te reageren Kom pas na deze reactie zo nodig met een interpretatie van de signalen en van wat je van de cliënt hebt gehoord. Worden de zorgen over de signalen door het gesprek niet weggenomen, dan zet je ook de volgende stappen. Let op: Heb je concrete aanwijzingen dat door het voeren van het gesprek de veiligheid van een van de betrokkenen in het geding zou kunnen komen, dan kun je afzien van een gesprek met de cliënt (en/of met wettelijk vertegenwoordigers).

Stap 4, Wegen van het geweld:

Weeg op basis van alle informatie die je in de eerste 3 stappen hebt verzameld, het risico op huiselijk geweld of mishandeling en schat eveneens de aard en de ernst van dit geweld in. Twijfel je over de aard, omvang of risico’s van het geweld of over de vervolgstappen, raadpleeg dan altijd (opnieuw) het Steunpunt Huiselijk Geweld

Stap 5, Beslissen Zelf hulp organiseren of melden:

Zelf hulp organiseren Meen je, op basis van stap 4, gelet op je competenties, je verantwoordelijkheden en je professionele grenzen, dat je iemand en zijn gezin redelijkerwijs voldoende kunt beschermen tegen het risico op huiselijk geweld of mishandeling:

  • organiseer dan de noodzakelijke hulp
  • volg de effecten van deze hulp
  • doe alsnog een melding als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of mishandeling niet stopt of opnieuw begint.

Melden

Kun je iemand en zijn gezin niet voldoende tegen het risico op geweld beschermen, of twijfel je daaraan: 

  • Meld je vermoeden dan bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling of bij het Steunpunt Huiselijk Geweld
  • Sluit bij je melding zoveel mogelijk aan bij feiten en gebeurtenissen en geef duidelijk aan als de informatie die je meldt (ook) van anderen afkomstig is
  • Overleg wat je na de melding, binnen de gebruikelijke grenzen van je werkzaamheden,   zelf kunt doen om je cliënt en de leden van zijn gezin tegen het (risico op) geweld te beschermen.

Bespreek de melding vooraf met de deelnemer!

Nationaal alarmnummer Tel; 112
Steunpunt huiselijk geweld Tel; 0900 126 26 26
Advies en meldpunt kindermishandeling Tel; 0900 123 123 0